Energie

Wij doen thuis actief aan energiebesparing.
Voor negen uur ’s avonds gaat het licht niet meer aan.
De gordijnen gaan vroeg dicht om de warmte binnen te houden.
De verwarming gaat op 18 graden.
Ik liet ’s nachts altijd de stroom op de computer en printer in mijn kantoorkamertje aan staan.
Nu uit.
Mijn telefoon laad ik op de redactie op.
Thermo-ondergoed aanschaffen.
Warme truien kopen.
Waterbesparende douchekop en waterkraan.
Aluminiumfolie achter de radiatoren.
En ik heb een regenpak gekocht om altijd op de fiets te kunnen gaan.
Maar…
Als ik al die aankopen optel, vraag ik me wel af of die kosten opwegen tegen de besparing op de energiekosten.
Uiteindelijk kwamen we deze maand door al die uitgaven rood te staan.
“En ook worden de energierekeningen ook nog eens hoger”, foeter ik.
“We doen het ook voor het klimaat”, zegt mijn vrouw Jessica, “dat is ook wat waard.”
En toen ging ons centraal afzuigsysteem in de flat kapot.
Hop, 350 euro schade.
Ik denk dat wij een gevalletje voedselbank gaan worden.
Maar het klimaat is gered.…

Mensen

‘Het begrip menstruerende vrouwen’ mag niet meer van links in de gemeenteraad. Het moet zijn ‘menstruerende mensen’. Dit omdat er ook menstruerende vrouwen zijn die zich geen vrouw voelen.
Of zoiets.
‘Beste reizigers’, zegt de NS via de intercom in de trein.
Want ‘beste dames en heren’ mag niet meer.
Want er zijn mensen die zich geen dame of heer voelen.
Maar het overgrote deel van de Nederlanders voelt zich wel man of vrouw.
Die staan dus nu in de kou.
Een minieme minderheid bepaalt nu dat ‘man’ of ‘vrouw’ niet meer benoemd mag worden.
Ik kreeg laatst ruzie in de supermarkt met een voordringende – wat later bleek – een bakfietsmoeder te zijn.
“Mens, hou toch op. Achter aansluiten!”, snauwde ik haar tenslotte toe.
Waarbij ‘mens’ duidelijk een negatieve lading heeft en in dit geval alleen voor vrouwen geldt.
‘Mens, hou toch op´ tegen een man klinkt niet.
‘Eikel, achteraansluiten’, zou in dit geval passender zijn.
Ik heb een neef.
Maar misschien voelt hij zich wel vrouw.
Dan issie inene mijn nicht.
En ‘Jongens en meisjes’ dan?
Mag niet.
Mensjes!

Boeren

Als de boeren verdwijnen, dan hebben we in Nederland niet meer te vreten.
Dat zeggen de boeren.
Dus er is stront aan de knikker.
Maar in de supermarkt zie ik allerhande agrarische producten die uit het buitenland komen.
De stickers op die verpakkingen zullen wel nep en fake zijn.
Net als al het nieuws in Nederland.
De boeren en andere wappies weten hoe alles echt zit, de rest van het land liegt.
Zo begrijp ik de boerenopstand tenminste.
En toch mogen we maar wat blij zijn met deze boerenoorlog.
“Als de boeren niet meer klagen, nadert het einde der dagen”, zei mijn oude, wijze oma vaak.
Dus volgens mij zit dat einde der tijden er nog lang niet in.
De boeren klagen niet alleen volop, ze zijn in opstand, breken de tent af, steken de boel in de hens en veroorzaken met hun mestvaalten ongelukken op de snelwegen.
Moest ik eens proberen.
Meteen op water en brood.
Zo ongelijk is Nederland. De boeren mogen alles afbreken, ik word al door handhaving van mijn fiets geplukt als ik over het Stadhuisplein fiets.
Als protest daartegen hang ik de omgekeerde Nederlandse vlag op z’n kop.
Dat zal ze leren.

Floriade 2.0

Het nieuwe college heeft geen standpunt ingenomen over het nieuwe Kunstmuseum. Ze schuiven het de raad in de schoenen.
Da’s lekker makkelijk. Dan houden de nieuwe wethouders het nog effe uit.
Als er al niet in augustus opnieuw geld gevraagd wordt voor de Floriade.
Goed, er is op dit moment alvast 13 miljoen gereserveerd voor het nieuwe Kunstmuseum
Dat wordt dus de Floriade 2.0. want die begon met 10 miljoen.
En nu een beetje meer.
Welke Almeerder zit nu te wachten op het volgende financiële debacle.
Een Kunstmuseum is voor de elite. En die woont in Overgooi. Een minieme minderheid.
Gaan de Partij voor de Dieren en de SP stemmen vóór een Kunstmuseum?
Hoogst onwaarschijnlijk.
Ze gaan toch niet het script schrijven voor de val van hun college.
Nu moet ik zeggen dat bij het beleven van de immersieve kunst in de voorloper van het Kunstmuseum, het paviljoen M, op de Floriade, mijn mond open viel.
Wat een wereld ging er voor me open.
Een zaaltje met groene pilaren en een tekenfilm.
Immersief betekent ‘onderdompeling’.
Dus eigenlijk ‘kopje onder’ voor het nieuwe college.
Of geen Kunstmuseum.…

Kamperen 2

We verlaten de camping in Amiens.
Ik tik ‘Bayeux’ in op de TomTom. We gaan daar de kerk bekijken en daarna de D-daystranden van Normandië.
Na ongeveer anderhalf uur leidt de Belgische damesstem van de TomTom ons van de snelweg.
“Neem de volgende afslag.”
Al snel dwalen we over de smalste landweggetjes van Picardië.
“Is dit wel goed”, vraagt mijn vrouw Jessica, “zo komen we er nooit.”
“De TomTom heeft het altijd goed”, zeg ik.
Maar inwendig slaat de twijfel toe.
Misschien had ik niet een vrouw als navigatiestem op de TomTom moeten nemen. Vrouwen en kaartlezen gaat nooit goed.
Ik parkeer langs de kant van de weg en stel een mannelijke navigatiestem in.
“Alsof dat wat helpt”, zegt Jessica.
Ze heeft inmiddels de papieren kaart op haar schoot.
“Omdraaien”, zegt ze, “terug naar de snelweg.”
“Keer om”, roept de TomTom na 5 minuten.
“Zet dat ding nu uit”, beveelt mijn vrouw, “en luister alleen naar mij.”
Tot mijn stomme verbazing rijden we een half uur later de snelweg weer op.
Drie uur later komen we aan op de camping bij Bayeux.
Pal voor de deur.
Zelden zo’n triomfantelijke blik naast mij gezien.…

Kamperen 1

Dit jaar hebben we de oude, rokende dieselcamper in de stalling laten staan.
We zijn op vakantie met de Skoda naar Frankrijk, met de tent.
Fietsen op de drager.
Doodkist op dak.
Die tent is een risicofactortje.
Die is al 20 jaar oud.
We vinden een plekje op een camping bij Amiens.
Na tien minuten wordt de stemming narrig.
Noch mijn vrouw Jessica noch ik weten hoe de koepeltent opgezet moet worden.
“Er ontbreken stokken”, roept Jessica.
“Kan niet, de tent moet met deze twee stokken opgezet”, zeg ik.
We knutselen een half uur verder.
De kampeerders rondom ons zijn er eens goed voor gaan zitten.
Een echtelijke ruzie over het tent opzetten is het hoogtepunt van dag.
We staan dus grof voor lul.
Ik ben inderdaad niet zo handig.
Als ik alleen al naar een stuk hout kijk, trekt het krom.
Na drie kwartier staat hij eindelijk.
Kort daarop begint het te stortregenen.
En ja hoor, de tent lekt en het grondzeil drenst door.
Mijn vrouw Jessica en ik kijken zwijgend ieder een andere kant op.
Om een echtelijk handgemeen te voorkomen.…

Onthutsend

Ik schreef een blog over mijn zondagse bezoek aan het Floriadeparkeerterrein bij Twentse Kant. Het beeld was onthutsend. Minder dan 200 auto’s midden op de dag, en in een half uur stapte niemand in de pendelbus.
En er is plek voor 3900 auto’s.
“Je moet dat niet schrijven”, zegt mijn vrouw Jessica, “krijg je alleen maar gedoe van.”
“Nou jij weet er ook wel raad mee”, zeg ik “op Hemelvaartsdag reden we langs het parkeerterrein en daarna kwamen we langs de Lidl bij Nobelhorst en wat zei jij toen?”
“Er staan meer auto’s bij op het Lidl-parkeerterrein dan op het de Floriadeperkeerterrein”, grijnst Jessica. “Maar dat schrijf ik niet op. Ik zit niet op facebook of op twitter. Sterker nog, ik ben helemaal niet te vinden op internet. Daarom heb ik nooit dat gezeik wat jij wel over je heen krijgt.”
Maar terug naar mijn blog.
Een onthutsende leegte op het parkeerterrein, schreef ik.
En ja hoor, daar kwamen de Floriadefanatici: een mevrouw schreef me dat het op die dag juist heel erg druk was op de Floriade, ‘maar ik weet ook niet hoe die mensen hier gekomen zijn.’
Ze deed er als bewijs een foto van een vol terrasje bij.
Het was er inderdaad bomvol.…

Vanuit wolken

Het boek ‘Almere vanuit de wolken’, samengesteld door Michel Langendijk van het stadsarchief, toont unieke luchtfoto’s gemaakt tussen 1964 en 2021. Foto’s uit de jaren ’60 en ’70 van de nog lege polder én recente luchtfoto’s van Almere genomen op exact dezelfde locatie.
“Wat heb jij daar voor boek”, vraagt mijn vrouw Jessica, “alweer een cadeau gehad?”
Ik kreeg dat boek inderdaad als presentje.
Jessica grist het boek uit mijn handen en begint te bladeren.
“Kijk hier woonden we vroeger”, wijst ze op de Grienden in Haven.
Als ik wil kijken staat mijn kleindochter Nienke op en grist op haar beurt het boek uit Jessica’s handen.
Er wordt bijna letterlijk gevochten om ‘Almere vanuit de wolken’.
En terecht, het is een monumentaal fotoboek en een ‘must have’ voor Almeerders.
“Hier woon ik”, roept Nienke op de bladzijde van Almere Stad.
Educatief verantwoord laat ik haar de foto van Stad zien toen er nog niets gebouwd was.
“Huh”, is Nienke verbaasd, “Hoe kan dat nou.”
Samen bladeren we door het boek waardoor haar al snel duidelijk wordt hoe het met het ontstaan van onze stad zit.
Dit boek is niet alleen een ‘must have’, maar zou ook verplicht moeten worden bij de geschiedenislessen op de Almeerse scholen.
Hulde voor de samensteller Michel Langendijk.…

Zeeuwen

Mijn vrouw Jessica en ik zitten in het zonnetje op een bankje aan de oostkant van het Weerwater.
“Mag ik u wat vragen?”
Een echtpaar in blozende gezondheid staat voor ons.
“Wij willen wandelend naar de Floriade, kunnen we over die brug?”
De man wijst op de iconische Weerwaterbrug.
“U kunt er wel over, maar niet naar de Floriade. Aan het eind staat een hek.”
“Hoe moeten we er dan komen?”, vraagt zijn echtgenote.
“Via Almere Haven, dat is zeker drie kwartier wandelen. Of via Almere Stad en dan met de boot, maar of u daar kaartjes kunt kopen weet ik niet.”
“Wij komen uit Zeeland”, zegt de man.
Dat verklaart de gezonde appelwangen.
“We logeren in het Van der Valk hotel. We zijn speciaal voor de Floriade naar Almere gekomen. We zagen dat het hotel dicht bij de Floriade ligt. Maar dat we zover zouden moeten lopen hadden we niet verwacht.”
“U kunt ook via de andere van het Weerwater lopen”, wijs ik. “Da’s ook drie kwartier. Eer staan trouwens nergens routebordjes.”
“We gaan wel met de auto”, besluit het echtpaar, “wandelend verdwalen we vast.”
“Dat kost u dan wel negentien euro parkeerkosten”, zeg ik.
“Waar zijn we aan begonnen”, verzucht de vrouw.…

Zeeuwen

Mijn vrouw Jessica en ik zitten in het zonnetje op een bankje aan de oostkant van het Weerwater.
“Mag ik u wat vragen?”
Een echtpaar in blozende gezondheid staat voor ons.
“Wij willen wandelend naar de Floriade, kunnen we over die brug?”
De man wijst op de iconische Weerwaterbrug.
“U kunt er wel over, maar niet naar de Floriade. Aan het eind staat een hek.”
“Hoe moeten we er dan komen?”, vraagt zijn echtgenote.
“Via Almere Haven, dat is zeker drie kwartier wandelen. Of via Almere Stad en dan met de boot, maar of u daar kaartjes kunt kopen weet ik niet.”
“Wij komen uit Zeeland”, zegt de man.
Dat verklaart de gezonde appelwangen.
“We logeren in het Van der Valk hotel. We zijn speciaal voor de Floriade naar Almere gekomen. We zagen dat het hotel dicht bij de Floriade ligt. Maar dat we zover zouden moeten lopen hadden we niet verwacht.”
“U kunt ook via de andere van het Weerwater lopen”, wijs ik. “Da’s ook drie kwartier. Er staan trouwens nergens routebordjes.”
“We gaan wel met de auto”, besluit het echtpaar, “wandelend verdwalen we vast.”
“Dat kost u dan wel negentien euro parkeerkosten”, zeg ik.
“Waar zijn we aan begonnen”, verzucht de vrouw.

Visit Us On TwitterVisit Us On FacebookVisit Us On LinkedinCheck Our FeedVisit Us On Youtube