Weer iets verder gelopen. Ja, twee sanitaire stops. Ik drink tegenwoordig water onderweg. Ik heb een blauw dagrugzakje uit de kast gevist en dat gebruik ik voor mijn telefoon en een bidon water.
Hardlopers kom ik veel tegen op het rondje. Oud, dik, dun, beginnend (sloffend) en gevorderd. Ik zag er een met een triathlonshirt aan. Die had het moeilijk Die gaat die triathlon nooit halen, denk ik.
Ik denk terug aan de Alpenhuttentocht die ik lang geleden met mijn illustere buurman Karel maakte. We hadden getraind met rondjes Kromslootpark. De huttentocht was zwaar. We liepen gelukkig met ‘stokkies’, zoals buurman Karel ze altijd noemde.
Ik had toen bergschoenen gekocht van Meindl. Maar wat bleek in de Alpen… ze waren te klein. Zelden zulke kapotte tenen en blaren gehad. Karel had van allerlei spulletjes voor de voeten bij zich (hij was een getraind 4-daagseloper). Daarmee redde hij mijn tocht. Die overigens geweldig was. Met als hoogtepunt een diner met hertenvlees. Na zo’n 20 kilometer klimmen en dalen was dat hemels.
Ik prijs de verkoper van Beversport in Stad die mijn voeten opmat voor mijn Lowa’s: “Maar 43 heb je, dus je moet schoenen van 43,5 of 44 hebben omdat je voeten bij het wandelen uitzetten.”
Ik loop vandaag 1 uur en 28 minuten. Ik lijk wel een diesel. Binnenkort mag ik het stadscentrum niet meer in als die zero-emissiezone er komt.
Morgen deel 10