Dagboekje 1, 25 november 2017

door | 28 november 2017 | Blogs

Zo af en toe publiceer ik een dagboekje over mijn werkzaamheden als journalist. Vandaag over Henk Smeeman. Met een column over hem uit april 2000.

Henk Smeeman 2017

smeemanNiks blijft geheim in Almere.
Voor journalisten zeker niet.
Maar ook die maken fouten.
Ik interviewde zaterdagochtend 25 november in het geheim Henk Smeeman, oud-VVd’er en oud-wethouder en nu woordvoerder van de nieuwe partij AlmereAnders18.
Dat interview deed ik in ANNO.
Foutje.
Niks geheim, want we werden gespot.
Wat moet die Mienstra met Smeeman aan de koffie.
Smeeman, tja.
“Die man kan met één arm op zijn rug gebonden in zijn eentje nog de stad besturen”, placht oud-collegajournalist Bart Vuijk bij het Dagblad van Almere te zeggen.
Ik moet zeggen, het interview was een verademing.
Boter bij de vis. Heldere taal.
“Henk, wil je het interview nog lezen voor plaatsing”, vroeg ik voorzichtig.
Smeeman is een klasbak.
“Ben je gek”, lachte Smeeman, “natuurlijk niet.”
Op zich is dat al ongewoon revolutionair in de Almeerse politiek.

Henk Smeeman 29 april 2000, Dagblad van Almere

“Laatst zei ik tegen jou dat ik Smeeman de slechtste wethouder vond”, zegt buurman Karel.
Ik knik.
“Maar dat trek ik in”, staat Karel op. Hij stommelt de keuken in.
“Hoezo?”, roep ik boven het rammelen van de flessen uit.
“Der zijn der die slechter zijn dan hij”, grijnst Karel.
“Hij heeft dus iets goed gedaan”, concludeer ik.
“Het is moeilijk toegeven, maar…. inderdaad”, zegt Karel.
Vragend kijk ik ‘m aan.
podium“Je weet hoe ik over die Grote Markt met dat podium denk”, schudt Karel het laatste schuim uit z’n flesje.
“Een ballentent”, knik ik, “slap zooitje.”
“Die wethouder is het eindelijk een keer met me eens”, knikt m’n buurman serieus. “’Ik moet en ik zal het Europees kampioenschap voetbal op dat scherm’, heeft Smeeman tegen die horeca-ondernemers geschreeuwd. ‘En een tribune op de Grote Markt. En als jullie het niet doen, dan doe ik het wel zelf… en toen sloeg ie met z’n vuist zo hard op tafel, dat burgemeester Ouwerkerk verschrikt om een hoekje kwam kijken of het niet wat kalmer aan kon.”
Karel is vol enthousiasme gaan staan. “En nou gaan die obers toch dat voetbal op het scherm uitzenden, en een tribune bouwen. De enige tribune in Nederland die niet drooggelegd wordt. Integendeel.”
“Smeeman weet wel van aanpakken”, beken ik nu ook voorzichtig.
“Die man heeft ballen”, stelt Karel.
‘Hoe vinden die horeca-ondernemers het eigenlijk?’, vraag ik.
“Klote”, grijnst Karel.

(Op de Grote Markt stond destijds een enorm ‘podium’ waaraan een groot scherm kon worden opgehangen. Horeca-ondernemers wilden dat scherm niet).