“Wat is het waardeloos om van Stad naar Haven te fietsen”, klaagt mijn vrouw Jessica.
Ze is een enthousiast fietsster in Almere.
Elektrisch weliswaar.
En zonder helm.
“Maar ik fiets nooit sneller dan 15 kilometer”, is daarbij haar argument.
Daar waar ik overigens makkelijk de 35 haal.
Zij het flink opgevoerd.
“Die kluft bij het Oor is een verschrikking”, zegt Jessica, “bij deze wind tegen kwam ik zelfs in z’n highstand bijna niet omhoog. Vroeger was het veel beter met dat tunneltje bij de sauna onder de A6 door.”
“Dat was inderdaad wel een veel fietsvriendelijker route”, zeg ik, “maar ja toen kwam de Floriade, en dus die kluft van jou.”
“Er was een oude man die op weg naar het Oor halverwege van zijn fiets af moest omdat hij het niet redde”, zegt Jessica, “en er was een moeder met twee kinderen op de fiets die die hele kluft lopend omhoog moest. Als je wind tegen hebt, is het daar erger dan de Ardennen.”
Daar fietsten we wel eens echte bergetappes als vakantiefietsers.
“Maar jij hebt het gehaald?”, vraag ik.
“Net aan”, zegt ze. “En de ambtenaar die deze kluft bedacht heeft, zit echt nooit op de fiets. Dat moet een automobilist zijn.”…
Ik vind dat ik een goed parkeerder ben.
Tot afgelopen vrijdag.
Toen reed ik bij het inparkeren zomaar een buitenspiegel van een naast mij geparkeerde auto eraf.
Krak!
En een hartgrondige vloek.
Ik zette mijn auto recht en stapte met een opschrijfboekje in de hand uit om een briefje met mijn gegevens achter de ruitenwisser te doen.
“Blijven staan jij!”, schreeuwde een man heftig gebarend naar me.
Hij keek me aan alsof ik een vuilnisbak was.
“Ik maak al een briefje”, probeer ik hem gerust te stellen.
“Dat is je geraden, want anders ben je van mij”, dreigt hij.
Een vriendelijke dame komt aangewandeld.
De eigenaresse van de auto.
“Fijn dat je bent blijven staan”, zegt ze glimlachend.
“We gaan het regelen”, antwoord ik.
De volgende ochtend zit ik bij haar thuis om de papieren in te vullen.
Voor de zekerheid ben ik op de fiets gegaan.
Het werd een gezellig ochtendje bij haar thuis.
Alles hebben we geregeld.
Ik was best tevreden over mezelf.
En over die aardige mevrouw natuurlijk.
En die schreeuwerd?
Hij zat thuis vast meteen op Facebook.
Zo’n figuur was hij wel.