Klagers

Wat een drukte hier”, zegt mijn vrouw Jessica als we bij The Boathouse bij de Noorderplassen aan komen fietsen waar we luxe willen lunchen.
Het strand is overvol.
De bijbehorende auto’s staan tot aan de einder geparkeerd.
Dreunende bassen klinken uit boomerboxen.
“Kijk”, schreeuw ik in Jessica’s oor, “daar loopt zeker voor 10 jaar gevangenisstraf.”
Ze kijkt de tattooboys stiekem na.
“Hier was ook die moord in koelen bloede”, wijs ik op de grijze flats.
Als we op het terras zitten, kijk ik goedkeurend naar de voortrazende speedboten.
Patjepeeërs aan het roer, blonde dellen op de voorplecht.
We zijn in de onderwereld van Almere aanbeland.
“Daar komt camping Waterhout”, wijs ik om een hoekje.
“Mooi plekje”, knikt Jessica nippend aan een witbiertje, “Waterhout is toch die rustige, rustieke camping voor bejaarden aan het Weerwater?”
“En de bewoners van de Noorderplassen maar klagen dat ze daar lawaaioverlast van krijgen”, grijns ik. “En dat hun uitzicht bedorven wordt.”
Jessica kijkt eens naar de eindeloze rijen te dure auto’s voor de flats.
Ik gluur naar de dellen.
“Levendig plekje hoor”, zegt Jessica, “jammer dat die camping hier het woongenot van de bewoners gaat verpesten.

 

 

Dit bericht is geplaatst in Columns. Bookmark de permalink.