Esplanade

Ik loop met een kennis uit Heerenveen ’s avonds richting KAF.
We gaan zowaar een voorstelling bezoeken in de schouwburg.
“Kijk”, zeg ik, wijzend op het weerwater, “dit is weer water. Vroeger was het land. Vandaar de naam van de plas.”
“Dan ga ik toch voor het Sneekermeer”, zegt het bezoek. “Ze gaan hier toch een woonwijk in bouwen? Dat zou in Friesland ondenkbaar zijn.”
Ik trap niet in de valkuil van de Floriadediscussie.
En roem de Almeerse architectuur.
Da’s wat anders dan die bouwvallige dorpjes in Friesland.
Ik wijs op het hotel, de flats langs het Weerwater.
Ik ben in de wieg gelegd voor stadsgids.
“Het theater lijkt wel te drijven op het water”, roep ik euforisch. “We zijn als stad iconisch!”
“En dit plein heet de Esplanade”, vertel ik.
“Dat betekent eigenlijk exercitieplein”, zegt het bezoek. “In oude steden lag dat bij de citadel.”
Mijn bezoek kent haar klassiekers.
“Hebben we ook”, roep ik enthousiast en trek haar mee naar de Citadel in het nieuwe stadshart.
Als we terug zijn op de Esplanade, blijft het bezoek staan.
“Mwah”, zegt ze, “ik vind dit plein toch meer weg hebben van een snelweg op een autoloze zondag.”

Dit bericht is geplaatst in Columns. Bookmark de permalink.