Duncan

“Duncan heeft gewonnen”, zegt mijn vrouw Jessica.
“Die zangwedstrijd?”, vraag ik.
“Ja, en nu mag Nederland dat songfestival organiseren”, zegt Jessica.
“Hoera”, roep ik, “dat zal een aardige duit kosten.”
“Nu lees ik op Facebook dat nogal wat Almeerders dat songfestival naar Almere willen halen”, giechelt Jessica, “moet maar dertig miljoen euro kosten.”
Ik leg mijn boek weg.
Nu wordt het songfestival wél interessant.
“Het songfestival naar Almere?”, roep ik. “Als er iets met grootheidswaanzin is, dan omarmt Almere het.”
Ik zie het al voor me in de raadzaal: de collegepartijen voor, de oppositie tegen, hier en daar liegen wethouders er wat op los, dat kennen we van andere megalomane projecten in de stad, het college komt er mee weg en de volgende tekorten verschijnen op de begroting.
Wat dat betreft past het songfestival naadloos bij Almere.
“Het zou op het Floriadeterrein kunnen”, stelt Jessica voor. “Mooi in de open lucht.”
“Almere heeft niks met kunst en cultuur”, zeg ik, “Vis a Vis mag ook opzouten van de gemeente.”
“Ik heb het niet over kunst en cultuur”, houdt Jessica vol, “Maar als ze snel die tulpentoren neerzetten hebben we meteen een uitzendmast en het Floriadeterrein is verder nog helemaal leeg, er staan alleen wat bomen, perfect voor dat festival.”
“Kunnen ze die bomen meteen ook kappen”, sla ik mijn boek weer open. “Daar zijn ze hier pas goed in.”

Dit bericht is geplaatst in Columns. Bookmark de permalink.